Design thinking – de basis van elk ontwerp

Geplaatst op 6 maart 2017 door Immo Dijkma - Categorie(ën): Masterclass

Marty Neumijer, de auteur van The Designfull Company, zei ooit ‘if you want to innovate, you have to design’. Wat doet een ontwerper? Welke stappen zet hij en wat onderscheidt hem van andere disciplines?

Wat is Design thinking?

Design thinking is een praktische methode die je als ondernemer, manager en medewerker kunt gebruiken om waardevolle producten en diensten te ontwerpen. Het biedt antwoorden op bovenstaande vragen. In dit artikel wordt de methode kort geïntroduceerd. De methode wordt gebruikt op de D-school van Stanford University en bedrijven als IDEO gebruiken hem voor bedrijven als Apple en Google.

De basis

Design thinking is een iteratieve methode. Ontwerpers pendelen heen en weer tussen de fasen empathy (leren van de gebruiker door observatie, interviews en ervaren), define (het formuleren van de ontwerpvraag), ideate (het bedenken van heel veel ideeën en het vervolgens selecteren van realistische en innovatieve ideeën), prototype (het maken van de realistische en innovatieve ideeën) en testen (het direct testen en leren van je prototypes).

Leer van je publiek

Een goede ontwerpvraag begin met empathie. Een van de problemen in de empathiefase is, dat wij mensen niet zo goed in staat zijn om te vertellen wat we willen en wat we nodig hebben. Er is een interessant verschil tussen wat we zeggen, doen, denken en voelen. Design Thinking begint juist daarom met empathie. De start van een ontwerpproces begint met het leren van het publiek voor wie je ontwerpt.

Natuurlijk helpt het om betrokkenen te interviewen en ze echte verhalen te laten vertellen. Verhalen over wat ze hebben meegemaakt, hoe ze problemen oplossen en welke short-cuts ze gebruiken. Maar wat echt veel oplevert is het observeren van gedrag. Naast verhalen en gedragsobservaties kun je ook waardevolle inzichten ophalen door het zelf te ervaren: Ga in de schoenen staan van je klant, gebruik je eigen dienst of product eens een tijdje.

De ontwerpvraag

Vanuit de empathiefase ontstaan dus inzichten die helpen met het formuleren van de voorlopige ontwerpvraag. De ontwerpvraag is een voorlopige vraag. Als ontwerper ga je zo snel mogelijk testen of het de goede vraag is. Een belangrijke stap is dat je je vraag bespreekt met je publiek. ‘Zie ik het goed?’ ‘Heb je inderdaad deze behoefte?’ Als er al goede oplossingen bestaan voor het vraagstuk kun je beginnen met de implementatie ervan. Maar wat doe je als je het niet weet en er geen oplossingen zijn die het juiste effect hebben? Hoe kun je iets doen als je niet weet wat je moet doen? Dit is waar design thinking van pas komt en waar we kunnen leren van de ontwerper.

We weten het niet

Een ontwerper begint gewoon. Een eerste schets, een eerste prototype. Al experimenterend ontdekt hij nieuwe mogelijkheden, nieuwe problemen. Hij vraagt feedback vanaf het begin en zet zijn prototype al eens een tijdje in de omgeving waar het effect moet hebben. De ontwerper voelt zich comfortabel bij het afbreken van prototypes en is op zoek naar onverwachte inzichten.  Het is een natuurlijk onderdeel van zijn proces.

Nieuwe oplossingen

Hoe kom je tot oplossingen die je nu nog niet hebt? Om prototypes te maken heb je ideeën nodig. Eerst heel veel ideeën. Creativiteit wordt vaak geassocieerd met loslaten, vrijlaten en brainstormen. Creativiteit heeft echter veel meer te maken met vasthouden dan met loslaten. Een brainstorm is een streng gestructureerde werkvorm om met een groep tot nieuwe ideeën te komen. Creativiteit leidt tot nieuwe inzichten maar niet automatisch tot innovatie. Als ontwerper heb je lef en ondernemend gedrag nodig om prototypes te maken en te testen met betrokkenen. Zeker bij nieuwe ideeën krijg je de vraag ‘is dat wel eens eerder geprobeerd?’ Er is lef voor nodig om te kunnen antwoorden ‘nee, dat is juist het mooie ervan!’ Door snel te testen en stakeholders te betrekken heeft de ontwerper snel door of hij op de goede weg is. En dat zorgt ervoor dat je weinig middelen verbruikt aan slechte ideeën.

Denken met je handen

Omdat mensen niet goed kunnen voorspellen wat ze wel of niet willen of gaan gebruiken, is het van groot belang een aantal van de geselecteerde ideeën (realistische en innovatieve) direct te prototypen. Vertel mensen niet over een idee maar laat het ze zien. Of nog beter: laat het ze ervaren. Het enige doel van een prototype is het verzamelen van data. Zo snel mogelijk, zodat je tijd en middelen hebt om nieuwe inzichten te gebruiken om je ontwerpvraag en/of je idee aan te passen. Het testen van je prototypes doe je met de gebruikers. En als het kan test je ze op de plek waar ze gebruikt gaan worden.

Design Thinking

Design Thinking is een krachtige methode. Het is een methode die werkt wanneer er geen afdoende oplossingen zijn. Het helpt je om met weinig middelen zo snel mogelijk tot de kern van een vraagstuk te komen. Het vraagt lef. Lef om het openlijk niet te weten. Lef om direct te prototypen en lef om eerste prototypes snel te testen.

Design Thinking is fundamenteel anders dan projectmatig werken. Het programma van eisen en de randvoorwaarden ontstaan onderweg, de stakeholders vind je onderweg en je weet ook niet precies wanneer het klaar is.

Dit artikel is geschreven door Immo Dijkma – docent aan de Hanze Hogeschool.

design_thinking_process_diagram